ECLI:NL:RBDHA:2022:5011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opvolgende asielaanvraag zonder nieuwe elementen en handhaving zwaar inreisverbod
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, diende op 21 december 2021 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2017 werd afgewezen met toepassing van artikel 1F Vreemdelingenwet. De rechtbank had in 2019 geoordeeld dat terecht artikel 1F tegen eiser was toegepast vanwege betrokkenheid bij handelingen die buitengerechtelijke detentie en foltering mogelijk maakten.
In de huidige procedure stelde eiser dat hem ten onrechte artikel 1F werd tegengeworpen en overlegde hij verklaringen van mensenrechtenorganisaties en eigen verklaringen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe elementen die relevant zijn voor de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe verklaringen en argumenten niet overtuigend zijn en tegenstrijdigheden bevatten met eerdere verklaringen van eiser. Ook was het terecht dat verweerder afzag van een hoorzitting, omdat geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd. Het zwaar inreisverbod en het terugkeerbesluit blijven gehandhaafd omdat eiser nog steeds als een bedreiging voor de openbare orde wordt beschouwd.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit tot niet-ontvankelijkheid en het zwaar inreisverbod.