Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], eiser V-nummer: [nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt dat eiser niet heeft aangetoond minderjarig te zijn. Bij het verhoor door de AVIM3 is geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is en bij het aanmeldgehoor van eiser is geconcludeerd dat hij evident minderjarig is. Verweerder heeft daarom bij de Italiaanse autoriteiten een verzoek om informatie ingediend. Uit de door de Italiaanse autoriteiten gegeven informatie blijkt dat eiser in Italië staat geregistreerd als [naam 2], van Eritrese nationaliteit, geboren op [geboortedatum 2]. In Italië staat hij derhalve als meerderjarig geregistreerd. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel gaat verweerder ervan uit dat de registratie in Italië zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft daarom 3 april 2000 als geboortedatum geregistreerd. Het is volgens verweerder aan eiser om zijn gestelde minderjarigheid aan te tonen. Volgens verweerder is hij hierin niet geslaagd omdat het door eiser aangeleverde leeftijdsonderzoek zijn minderjarigheid niet aantoont.
Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat, indien zij een eigen leeftijdsonderzoek initieert, dit onderzoek door het NFI wordt verricht. Dit onderzoek betreft, net als het onderzoek van het OLVG, een botonderzoek maar is uitgebreider. Het betreft niet alleen een scan van de hand en pols maar ook van het sleutelbeen, zo begrijpt de rechtbank. Deze methode is nauwkeuriger dan de methode van het OLVG. Ter zitting is echter tevens gebleken dat verweerder niet kan aangeven waar eiser een leeftijdsonderzoek dat aan deze eisen van verweerder voldoet, kan laten verrichten. De rechtbank stelt daarnaast vast dat uit het beleid van verweerder blijkt dat deze mogelijkheid er wel moet zijn. Immers in de werkinstructie 2018/19 is te lezen dat de vreemdeling de gestelde minderjarigheid met een leeftijdsonderzoek kan aantonen. De rechtbank constateert dat de beleidsregel waar het hier om gaat door eiser niet ten uitvoer kan worden gebracht. Nu eiser zijn gestelde minderjarigheid niet met een eigen leeftijdsonderzoek aannemelijk kan maken en de uitslag zeer relevant is voor de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat, is verweerder naar het oordeel van de rechtbank gehouden om zelf een leeftijdsonderzoek te initiëren. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat het bestreden besluit daarmee onvoldoende zorgvuldig is
Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder opnieuw onderzoek zal moeten doen en onduidelijk is wanneer dat kan worden afgerond. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat een leeftijdsonderzoek moet worden verricht, zal de rechtbank geen termijn bepalen waarbinnen het nieuwe besluit moet worden genomen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-