ECLI:NL:RBDHA:2022:5094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken procesbelang
Eiser, een Iraanse staatsburger, diende op 16 februari 2020 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 december 2020 werd afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. Verweerder stelde dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en niet meer in contact was met zijn gemachtigde, waardoor hij geen procesbelang meer had.
De rechtbank behandelde het beroep op 11 mei 2022, waarbij partijen zich afmeldden. De gemachtigde van eiser gaf aan het contact met eiser verloren te hebben en niet op de zitting te verschijnen. De rechtbank volgde vaste rechtspraak dat vertrek met onbekende bestemming zonder contact met de gemachtigde impliceert dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
Omdat eiser noch zijn gemachtigde had aangegeven dat hij nog in Nederland verbleef of belang had bij de procedure, concludeerde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.