ECLI:NL:RVS:2021:2090
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag en inreisverbod
De vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat de vreemdeling na indiening met onbekende bestemming vertrok en vaardigde een inreisverbod van twee jaar uit.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang, aangezien de vreemdeling geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs stelde op de bescherming.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling, omdat hij binnen de EU, EER en Zwitserland wilde reizen. De Raad van State oordeelde dat vaste rechtspraak bepaalt dat het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact met de gemachtigde impliceert dat het procesbelang ontbreekt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.