ECLI:NL:RBDHA:2022:5168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank inzake terugkeerbesluit en ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring
Eiser, die aanvankelijk de Tunesische nationaliteit voerde maar later stelde de Algerijnse nationaliteit te bezitten, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit van 19 november 2020 onherroepelijk is en dat het aanvullende terugkeerbesluit van 26 april 2022 dit besluit herhaalt en inlast.
De rechtbank oordeelt dat het aanvullende terugkeerbesluit geen nieuwe rechtsgevolgen schept en daarom geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor zij onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen dit besluit. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de maatregel van bewaring stelt de rechtbank vast dat eiser de gronden hiervoor niet betwist en dat er zicht is op uitzetting naar Tunesië. De stelling van eiser dat hij de Algerijnse nationaliteit bezit en daarom geen uitzetting mogelijk is, wordt niet gevolgd omdat eiser dit niet heeft onderbouwd met documenten.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het terugkeerbesluit en verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond.