ECLI:NL:RBDHA:2022:5206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering paspoort wegens betalingsachterstand studieschuld niet onrechtmatig
Eiser, een Nederlandse staatsburger woonachtig in Bulgarije, verzocht om vernieuwing van zijn Nederlandse paspoort. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde dit op grond van een vermelding in het Register Paspoortsignaleringen vanwege een betalingsachterstand op een studieschuld bij DUO. Eiser betoogde dat hij sinds 1 januari 2021 geen betalingsverplichting meer heeft en dat de weigering hem onevenredig belemmert in zijn reisvrijheid.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan zijn vergewisplicht had voldaan door informatie bij DUO in te winnen, waaruit bleek dat de schuld nog steeds bestond en dat eiser geen draagkrachtvaststelling had aangevraagd om termijnbetalingen te verlagen. De minister mocht daarom uitgaan van de juistheid van de vermelding in het register en hoefde niet zelf de schuld te beoordelen.
Verder werd geoordeeld dat de minister de belangen zorgvuldig had afgewogen: het belang van invordering van de schuld woog zwaarder dan het belang van eiser om vrij te kunnen reizen. Eiser kan binnen de EU reizen met een Nederlandse identiteitskaart en kan een procedure starten om de vermelding te laten verwijderen. De rechtbank wees ook het beroep af dat het niet beslissen op een ingebrekestelling een dwangsom zou opleveren, omdat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat de minister bevoegd is een paspoort te weigeren bij een openstaande studieschuld en dat de belangenafweging en procedurele vereisten zijn nageleefd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de paspoortaanvraag wegens openstaande studieschuld is ongegrond verklaard.