ECLI:NL:RVS:2024:1438
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlands paspoort wegens openstaande studieschuld ondanks betwisting verjaring
Appellant, een Nederlandse staatsburger woonachtig in Bulgarije, verzocht om vernieuwing van zijn Nederlandse paspoort. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat appellant vermeld stond in het Register Paspoortsignaleringen vanwege een openstaande studieschuld bij DUO. Appellant stelde dat de schuld verjaard was en dat DUO geen vordering meer had.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan zijn vergewisplicht had voldaan door bij DUO te informeren en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schuld niet bestond. De rechtbank vond de weigering niet onevenredig, mede omdat appellant nog met een Nederlandse identiteitskaart binnen de EU kon reizen.
In hoger beroep stelde appellant dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de verjaring van de schuld en dat de weigering van het paspoort hem onevenredig benadeelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. De minister had gegronde redenen om aan de rechtmatigheid van de signalering te twijfelen en mocht het paspoort weigeren. De weigering leidde niet tot een onevenredige benadeling omdat appellant nog binnen de EU kon reizen.
Ook het beroep op een dwangsom wegens niet tijdig beslissen werd afgewezen omdat de minister de beslistermijn rechtsgeldig had verlengd en binnen die termijn had beslist. De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het Nederlandse paspoort wegens een bestaande studieschuld en verklaart het hoger beroep ongegrond.