Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 13 mei 2022 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel werd echter uitgereikt zonder dat deze op dat moment was ondertekend; de digitale handtekening volgde pas later die dag. Hierdoor was de maatregel van meet af aan onrechtmatig.
Verweerder heeft de bewaring op 20 mei 2022 opgeheven en een schadevergoeding aangeboden, maar eiser vorderde een hogere vergoeding. De rechtbank oordeelde dat het gebrek aan ondertekening een ernstig formeel gebrek is dat niet in verhouding stond tot de belangen van verweerder, waardoor de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor acht dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, berekend op €130 per dag, totaal €1040. Daarnaast werden de proceskosten van eiser vastgesteld op €1518. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van deze bedragen en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €1040 toe wegens onrechtmatige bewaring.