Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 januari 2021 met producties 1-3 in de zaak met kenmerk C/09/606174 / HA ZA 21-91;
- het verstekvonnis van deze rechtbank van 3 maart 2021 in de zaak met kenmerk C/09/606174 / HA ZA 21-91;
- de dagvaarding in verzet van 14 juni 2021 met 1 productie;
- het tussenvonnis van 30 maart 2022, waarbij is bepaald dat de mondelinge behandeling vandaag plaatsvindt.
- [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. Duijsens voornoemd;
- [gedaagde] in persoon, bijgestaan door mr. Mostert voornoemd.
2.De beslissing
3.De beoordeling
- voor recht verklaart dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de door [gedaagde] veroorzaakte schade;
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 7.500 bij wege van voorschot op de totale schade;
- [gedaagde] veroordeelt tot voldoening van de verdere schade van [eiser] op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te vergoeden alle door [eiser] geleden en nog te lijden schade en gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten, op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [gedaagde] veroordeelt in de kosten die [eiser] moet maken om de vorderingen te gelde te maken.