ECLI:NL:RBDHA:2022:5429
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering met verkorte wachttijd en vergoeding proceskosten
De werknemer meldde zich ziek vanwege psychische klachten en vroeg om een WIA-uitkering met verkorte wachttijd. Verweerder weigerde dit op basis van een verzekeringsartsrapport waarin werd gesteld dat herstelmogelijkheden niet uitgesloten waren.
Eiseres stelde dat een expertiserapport van psychiater Kaymaz onvoldoende was meegewogen en dat ten onrechte was afgezien van een hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit op deze punten gebrekkig was gemotiveerd, maar dat dit gebrek in beroep was hersteld en eiseres daardoor niet was benadeeld.
De rechtbank overwoog dat de medische situatie niet als stabiel en onomkeerbaar kon worden aangemerkt, omdat concrete behandelmogelijkheden nog aanwezig waren. Daarom was de weigering van de verkorte wachttijd terecht.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, inclusief de kosten van het expertiserapport. Tevens werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiseres kreeg vergoeding van gemaakte kosten en een schadevergoeding voor termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering met verkorte wachttijd wordt ongegrond verklaard, met veroordeling tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.