Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
ongeveer11 maanden geleden te zijn gestopt met het drugsgebruik, omdat zij zich niet meer kon herinneren wanneer zij precies was gestopt. Zij heeft in ieder geval vanaf 6 september 2019 geen drugs meer gebruikt. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar een e-mail van de politie van 22 december 2020, waarin wordt verklaard dat zij bij de aanhouding op 6 september 2019 negatief is getest op verboden middelen. Verder wijst eiseres op verschillende verschrijvingen in het rapport. Tot slot stelt eiseres dat haar zoon de ziekte van Salla heeft en niet kan lopen. Eiseres moet regelmatig naar het kinderziekenhuis in Rotterdam en meent dat deze omstandigheid bij de beoordeling van het beroep moet worden betrokken.
ongeveer11 maanden geleden te zijn gestopt met het drugsgebruik, nu ook in het rapport is vermeld dat aannemelijk is dat eiseres sinds
ongeveer12 oktober 2019 hiermee is gestopt. Gelet op het voorgaande kan dan ook niet worden uitgesloten dat eiseres vanaf 6 september 2019 al geen drugs meer gebruikte. Verweerder had zich dan ook niet zonder nadere motivering van de psychiater zich op het standpunt mogen stellen dat de recidiefvrije periode ten tijde van het onderzoek op 12 september 2019 nog niet was verstreken.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere beslissing aan.