ECLI:NL:RVS:2021:2019
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens drugsmisbruik na onderzoek CBR
Appellant reed op 9 juni 2019 onder invloed van lachgas, waarna het CBR een onderzoek naar zijn geschiktheid oplegde en zijn rijbewijs schorste. Na een psychiatrisch en medisch onderzoek op 26 oktober 2019 concludeerden deskundigen dat appellant drugsmisbruik pleegde, waaronder cannabisgebruik, wat leidde tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs.
Appellant voerde aan dat het rapport onjuistheden bevatte, met name over de frequentie en aard van zijn cannabisgebruik, dat hij slechts voor pijnbestrijding gebruikte na een ernstig auto-ongeluk. Hij betwistte ook de interpretatie van de urine-uitslag en de weergave van zijn gezondheidstoestand tijdens het onderzoek.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het rapport onjuist of onzorgvuldig was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het CBR terecht op het rapport mocht vertrouwen, en dat de diagnose drugsmisbruik navolgbaar en zorgvuldig was gesteld.
De Afdeling wees erop dat het CBR en de bestuursrechter niet zelf medisch mogen oordelen, maar moeten afgaan op de specialistische beoordeling van de keurend artsen. De recidiefvrije periode van een jaar geldt vanaf het moment van het onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd wegens drugsmisbruik.