Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
24 juli 2020.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, voormalig senior-adviseur, ontving een Ziektewet-uitkering die per 30 oktober 2020 werd beëindigd na een eerstejaars beoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV. Eiseres betwistte dit en bracht tegenrapporten in waarin wel een urenbeperking werd vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het beoordelingsmoment 30 oktober 2020 was en dat alleen beperkingen door medisch objectiveerbare ziekten relevant zijn. De verzekeringsartsen van het UWV hadden hun rapporten zorgvuldig en begrijpelijk opgesteld en concludeerden dat er geen medische urenbeperking gold, mede omdat slaapproblemen vooral samenhingen met sociale omstandigheden.
De rechtbank vond de motivatie van de verzekeringsarts b&b overtuigend en zag geen aanleiding om het standpunt van de verzekeringsarts Van Amelsfoort te volgen. Ook de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd binnen de beperkingen.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, werd dit gebrek in beroep hersteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd wegens het ontbreken van een medische urenbeperking.