ECLI:NL:CRVB:2023:1881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep op 15 februari 2023 in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 aan haar bezwaar was tegemoetgekomen.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Omdat het UWV reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase en de rechtbank in eerste aanleg een proceskostenveroordeling had uitgesproken, moest de Raad alleen nog beslissen over de proceskosten die appellante in hoger beroep had gemaakt.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten voor het indienen van het aanvullend beroepschrift, begroot op € 837,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 136,-. Hiermee wordt appellante volledig gecompenseerd voor de in hoger beroep gemaakte kosten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- proceskosten en € 136,- griffierecht aan appellante.