ECLI:NL:RBDHA:2022:5685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering vrijstelling mvv-vereiste op grond van hardheidsclausule en Covid-19 versoepeling
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar ernstig zieke echtgenoot in Nederland. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij de mvv-procedure niet in Marokko had afgewacht en onrechtmatig in Nederland verbleef. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
In beroep stelde eiseres dat zij vanwege de medische situatie van haar echtgenoot niet naar Marokko kon terugkeren om de procedure af te wachten en dat de hardheidsclausule en de tijdelijke versoepeling van het mvv-vereiste vanwege Covid-19 op haar situatie van toepassing waren. Tevens stelde zij dat zij onterecht niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de medische situatie niet met stukken was onderbouwd en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was op een mvv-aanvraag. Ook was de tijdelijke versoepeling alleen bedoeld voor vreemdelingen die door reisbeperkingen niet konden terugkeren en van wie de mvv-aanvraag was goedgekeurd, wat hier niet het geval was. De hoorplicht was niet geschonden omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander oordeel zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.