Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 28 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening was vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had Spanje verzocht de asielaanvraag over te nemen, en Spanje had dit verzoek geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet langer geldt, verwijzend naar een rapport van de Asylum Information Database (AIDA) dat tekortkomingen in de opvang in Spanje beschrijft. Hij vreesde dat terugkeer naar Spanje zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De rechtbank overwoog dat ondanks de tekortkomingen in de opvang, er geen voldoende bewijs was dat er een reëel risico bestaat op schending van deze rechten bij overdracht aan Spanje.
De rechtbank nam mee dat de hoogste Spaanse rechter in 2019 de Spaanse regering had veroordeeld wegens het ontzeggen van opvang aan terugkerende Dublinclaimanten, waarna maatregelen waren genomen om de toegang tot opvang te verbeteren. Eiser had geen persoonlijke ervaring met de opvang in Spanje en had zich niet tot Spaanse autoriteiten gewend. De rechtbank oordeelde dat eiser aannemelijk moest maken dat Spanje zijn verplichtingen niet zou nakomen, wat niet was gelukt.
Daarom zag de staatssecretaris geen aanleiding om de asielaanvraag zelf te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.