ECLI:NL:RBDHA:2022:5763
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende schijn van partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. G.H.M. Smelt, rechter in de rechtbank Den Haag, wegens vermeende schending van onpartijdigheid. De grondslag was dat een vertegenwoordigster van het Openbaar Ministerie (OM) reeds aanwezig was in de zittingszaal voordat de zaak werd uitgeroepen, wat volgens verzoeker niet is toegestaan en de schijn van partijdigheid wekt.
De wrakingskamer oordeelde dat het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Uit de verklaring van de rechter, die niet werd weersproken, bleek dat er geen vooroverleg had plaatsgevonden tussen de rechter en de OM-vertegenwoordigster over de zaak of verzoeker.
De wrakingskamer verwees naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wraking werd toegewezen vanwege de mogelijkheid van vooroverleg, maar stelde dat die situatie niet vergelijkbaar is met deze zaak. De gebruikelijke procedure bij deze rechtbank waarbij de OM-vertegenwoordigster al in de zaal aanwezig is, werd niet als onrechtmatig beoordeeld.
Er waren geen andere aanwijzingen dat de rechter onpartijdig zou zijn of dat de schijn van partijdigheid was gewekt. Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van vooroverleg en geen schijn van partijdigheid.