ECLI:NL:RBDHA:2022:5823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige politieke vervolging in India
Eiser, een Indiase staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van politieke vervolging vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten voor een politieke partij en deelname aan boerenprotesten. Hij stelde dat hij bedreigd en aangevallen was door leden van een rivaliserende partij en dat hij problemen had bij zijn uitreis uit India.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank oordeelde dat de problemen met de rivaliserende partij ongeloofwaardig waren, mede omdat eiser geen prominente rol binnen zijn partij vervulde en de verklaringen summier waren. Daarnaast was onvoldoende onderbouwd dat de autoriteiten hem negatief zouden benaderen.
De rechtbank bevestigde dat India als veilig land van herkomst geldt, met uitzondering van bepaalde groepen, maar dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij tot die uitzonderingen behoorde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met inreisverbod.