ECLI:NL:RBDHA:2022:5823

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
16 juni 2022
Zaaknummer
NL22.1340
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige politieke vervolging in India

Eiser, een Indiase staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van politieke vervolging vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten voor een politieke partij en deelname aan boerenprotesten. Hij stelde dat hij bedreigd en aangevallen was door leden van een rivaliserende partij en dat hij problemen had bij zijn uitreis uit India.

De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank oordeelde dat de problemen met de rivaliserende partij ongeloofwaardig waren, mede omdat eiser geen prominente rol binnen zijn partij vervulde en de verklaringen summier waren. Daarnaast was onvoldoende onderbouwd dat de autoriteiten hem negatief zouden benaderen.

De rechtbank bevestigde dat India als veilig land van herkomst geldt, met uitzondering van bepaalde groepen, maar dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij tot die uitzonderingen behoorde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met inreisverbod.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.1340

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.E. el Hajoui).

ProcesverloopBij besluit van 26 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft eiser ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.1341, op 22 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser stelt de Indiase nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 2001. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij door zijn politieke activiteiten bij terugkomst in India gevaar loopt. Eiser stelt lid te zijn van de Indiase partij [politieke partij 1] ( [politieke partij 1] ) en voor die partij activiteiten te hebben verricht, waaronder het werven van leden. Eiser stelt dat hij vanwege zijn activiteiten drie keer aangevallen is door de leden van de [politieke partij 2] ( [politieke partij 2] ). Daarnaast stelt eiser dat leden van de [politieke partij 2] meerdere malen bij zijn ouderlijk huis langs zijn geweest omdat zij op zoek waren naar hem en dat hij door de leden van de [politieke partij 2] telefonisch bedreigd is. Verder stelt eiser dat hij als gevolg van zijn politieke activiteiten problemen heeft gehad bij zijn uitreis uit India.
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.
2. Politieke activiteiten.
3. Problemen met de [politieke partij 2] vanwege politieke activiteiten.
Verweerder stelt voorop dat eiser uit een veilig land van herkomst komt. Verweerder heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat elementen 1 en 2 geloofwaardig zijn. Verweerder vindt element 3 niet geloofwaardig. Verweerder heeft aan de ongeloofwaardigheid van element 3 het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de personen die hem aangevallen hebben leden van de [politieke partij 2] waren. Verweerder vindt het niet aannemelijk dat de leden van de [politieke partij 2] eiser als doelwit zouden hebben genomen, nu eiser geen prominente rol binnen de [politieke partij 1] had. Daarnaast vindt verweerder dat eiser summier heeft verklaard over de gestelde huisbezoeken van de [politieke partij 2] -leden. Verder vindt verweerder dat eiser niet heeft onderbouwd dat zijn gestelde problemen bij de uitreis door de leden van de [politieke partij 2] veroorzaakt zijn. Volgens verweerder zijn de wel geloofwaardig geachte elementen onvoldoende zwaarwegend om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw 2000. De asielaanvraag wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert - zeer kort weergegeven – het volgende aan. India kan in het geval van eiser niet als een veilig land van herkomst worden aangemerkt, omdat eiser in het kader van zijn politieke activiteiten bij de [politieke partij 1] heeft deelgenomen aan de boerenprotesten en zich kritisch heeft geuit over het overheidsbeleid. In dat kader verwijst eiser naar landeninformatie waarin de risico’s worden geschetst die de deelnemers van de boerenprotesten lopen door mee te doen aan de protesten. Daarnaast vindt eiser dat zijn politieke activiteiten een uiting zijn van een fundamentele politieke overtuiging, omdat zijn wens om armen en boeren te helpen genoeg is om aan te nemen dat dit een onderdeel uitmaakt van zijn identiteit. Eiser vindt het verder onterecht dat verweerder zijn problemen met de leden van de [politieke partij 2] als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Geloofwaardigheid problemen met de [politieke partij 2]
4. De rechtbank overweegt dat verweerder niet ten onrechte de problemen van eiser met de [politieke partij 2] ongeloofwaardig heeft geacht. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser geen prominente rol vervult binnen de [politieke partij 1] en het daarom onaannemelijk is dat de [politieke partij 2] -leden persoonlijk naar hem op zoek zouden zijn gegaan en hem zouden hebben aangevallen. Verweerder heeft zich ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat de [politieke partij 2] eiser zou aanvallen vanuit een auto met daarop de vlag van de [politieke partij 2] , zeker aangezien uit de verklaringen van eiser volgt dat de aanvallers gezichtsbedekking droegen en dus onherkenbaar wilden blijven. Het gegeven dat eiser medische stukken heeft overgelegd maakt dit niet anders, nu daarmee niet aangetoond is dat het letsel door de [politieke partij 2] -leden is toegebracht. Daarnaast heeft verweerder bij zijn oordeel mogen betrekken dat eiser summier heeft verklaard over de huisbezoeken en dat niet inzichtelijk is geworden hoe zijn familieleden wisten dat de personen die hun huis bezochten van de [politieke partij 2] waren. Verder heeft verweerder bij zijn besluit mogen betrekken dat eiser niet heeft onderbouwd dat zijn problemen bij de uitreis veroorzaakt werden door de [politieke partij 2] .
Politieke activiteiten
5. De rechtbank overweegt verder dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de geloofwaardig bevonden politieke activiteiten niet leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser met zijn verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Verweerder heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat behalve de ongeloofwaardig bevonden problemen met leden van de [politieke partij 2] de verklaringen van eiser geen blijk geven van negatieve belangstelling van de autoriteiten. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser legaal India heeft verlaten. Daarnaast heeft hij daartoe mogen overwegen dat de landeninformatie die eiser heeft overgelegd een globaal beeld schetst van de risico’s van de deelname aan de boerenprotesten, maar niet onderbouwt dat eiser bij terugkeer naar India problemen zal ondervinden van de autoriteiten. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het feit dat tijdens de protesten door de autoriteiten gebruik is gemaakt van gezichtsherkenning nog niet betekent dat deze eiser in het vizier hebben gekregen en zullen straffen. Dit te meer, omdat de protesten massale aangelegenheden waren waar honderdduizenden mensen aan deelnamen.
Veilig land van herkomst
6. Ten aanzien van het betoog van eiser dat India in zijn geval niet als veilig land van herkomst moet worden gezien, oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtbank wijst erop dat de staatssecretaris in zijn brief van 14 december 2021 [1] een herbeoordeling heeft verricht van de situatie in India. De staatssecretaris heeft geconcludeerd dat de aanwijzing van India als veilig land wordt voortgezet, met uitzondering van o.a. religieuze minderheden. Daarnaast dient er verhoogde aandacht te zijn voor de mogelijkheid dat de situatie anders kan zijn voor personen die zich kritisch toonden over de overheid en het overheidsbeleid en als gevolg daarvan problemen hebben ondervonden, waaronder bijvoorbeeld (mensenrechten)activisten, academici en demonstranten. [2] De rechtbank overweegt dat eiser weliswaar heeft meegedaan aan boerenprotesten, maar dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten of problemen heeft ondervonden met de overheid. Eiser heeft daarom ook niet aannemelijk gemaakt dat India in zijn geval niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Voor zover eiser nog betoogt dat hij vanwege zijn deelname aan de protesten als religieuze minderheid aangemerkt dient te worden, volgt de rechtbank dit ook niet. Eiser heeft verklaard dat hij Hindu is en dat hij nooit problemen heeft ondervonden vanwege zijn religie of geloofsovertuiging.
Wat is de conclusie?
7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd ook geen aanleiding dat verweerder hem niet een inreisverbod had kunnen opleggen.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr.L.N. Kurzawa, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ‘Kamerbrief over herbeoordeling veilige landen van herkomst – India,’ 14 december 2021.
2.Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ‘Bijlage - Landeninformatie India,’ 2 december 2021, p. 8.