Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde onder meer aan dat de machtiging tot binnentreden onrechtmatig was en dat verweerder niet tijdig een terugnameverzoek had gedaan bij de Franse autoriteiten. De rechtbank verwerpt deze gronden omdat de elektronische handtekening van de machtiging rechtsgeldig is en het overdrachtsbesluit van 19 januari 2022 in rechte vaststaat.
Eiser stelde ook dat hij niet opnieuw in bewaring mocht worden gesteld omdat hij eerder al in bewaring was geweest op grond van hetzelfde overdrachtsbesluit. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar jurisprudentie waaruit blijkt dat hernieuwde bewaring is toegestaan zolang deze niet langer duurt dan redelijkerwijs nodig is. De periode van eerdere bewaring was korter dan de toegestane zes weken.
Verder stelt de rechtbank vast dat de gronden voor de bewaring voldoende zijn en dat eiser deze niet heeft betwist. Ook oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door binnen twee dagen na inbewaringstelling diverse uitzettingshandelingen te verrichten, waaronder het aanvragen van een vlucht en het houden van een vertrekgesprek.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.