ECLI:NL:RBDHA:2022:588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord ondanks enige schuldeiser weigert akkoord
Mevrouw verzoekster verkeert in een problematische schuldensituatie met één schuldeiser, ABN AMRO, aan wie zij een voorstel tot schuldregeling heeft gedaan waarbij een deel wordt betaald en het restant wordt kwijtgescholden. ABN AMRO stemde niet in met dit voorstel. Verzoekster verzocht de rechtbank om het dwangakkoord op te leggen zodat ABN AMRO verplicht wordt mee te werken.
De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde en onafhankelijke deskundige was uitgevoerd en dat het voorstel voldoende was gedocumenteerd. De rechtbank voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst zwaarder woog dan het belang van ABN AMRO bij volledige betaling, mede gelet op persoonlijke omstandigheden van verzoekster en het feit dat zij het maximaal haalbare voorstel had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van ABN AMRO onredelijk was en legde het dwangakkoord op. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat dit verzoek niet langer relevant was na toewijzing van het dwangakkoord.
De beslissing werd genomen door rechter R.G.C. Veneman en griffier B.A.H. van der Ven LL.B. op 27 januari 2022.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt ABN AMRO mee te werken aan de schuldregeling.