ECLI:NL:RBDHA:2022:589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord ondanks weigering grootste schuldeiser in schuldenregeling
De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €244.403,84 verdeeld over vijf schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Vier schuldeisers, behalve Intrum Nederland B.V. die 95,13% van de schuld vertegenwoordigt, hebben ingestemd met het voorstel.
De heer verzoeker heeft de rechtbank verzocht een dwangakkoord op te leggen om Intrum te dwingen mee te werken aan de schuldregeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldbemiddeling zorgvuldig is uitgevoerd door een bevoegde instantie en dat het voorstel goed is gedocumenteerd. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het onredelijk is dat Intrum weigert in te stemmen, mede omdat de overige schuldeisers akkoord zijn gegaan en het voorstel het maximaal haalbare is.
De rechtbank overwoog dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers gunstiger is dan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), die hogere kosten met zich meebrengt en een lagere uitkering voor schuldeisers oplevert. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af. De beslissing werd genomen door rechter R.G.C. Veneman en griffier B.A.H. van der Ven LL.B. en is op 27 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt de grootste schuldeiser mee te werken aan de schuldregeling, terwijl het WSNP-verzoek wordt afgewezen.