ECLI:NL:RBDHA:2022:6035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband en ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiser, geboren in 1988 en Iraanse nationaliteit houdend, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn vader in Nederland te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af, omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader was verbroken en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Eiser voerde aan dat de gezinsrelatie nooit was verbroken, dat hij nooit zelfstandig heeft gewoond of in eigen onderhoud heeft voorzien, en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Tevens beriep hij zich op een eerdere uitspraak van deze rechtbank en culturele aspecten.
De rechtbank oordeelde dat eiser door zijn huwelijk en het stichten van een eigen gezin de gezinsband met zijn vader had verbroken, welke niet hersteld kon worden. Hoewel eiser lang financieel en emotioneel afhankelijk was geweest, was niet gebleken dat hij exclusief afhankelijk was of momenteel medische of psychische problemen had. De omstandigheden werden in samenhang beoordeeld en verweerder had terecht geoordeeld dat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Het beroep op eerdere jurisprudentie en culturele aspecten werd verworpen, omdat die niet van toepassing waren op de feitelijke situatie van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens verbroken gezinsband en ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.