ECLI:NL:RBDHA:2022:6035

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
23 juni 2022
Zaaknummer
NL21.11542
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Paragraaf C2/4 Vreemdelingencirculaire 2000ECLI:NL:RBDHA:2017:10630ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD000504912
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband en ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid

Eiser, geboren in 1988 en Iraanse nationaliteit houdend, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn vader in Nederland te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af, omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader was verbroken en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.

Eiser voerde aan dat de gezinsrelatie nooit was verbroken, dat hij nooit zelfstandig heeft gewoond of in eigen onderhoud heeft voorzien, en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Tevens beriep hij zich op een eerdere uitspraak van deze rechtbank en culturele aspecten.

De rechtbank oordeelde dat eiser door zijn huwelijk en het stichten van een eigen gezin de gezinsband met zijn vader had verbroken, welke niet hersteld kon worden. Hoewel eiser lang financieel en emotioneel afhankelijk was geweest, was niet gebleken dat hij exclusief afhankelijk was of momenteel medische of psychische problemen had. De omstandigheden werden in samenhang beoordeeld en verweerder had terecht geoordeeld dat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.

Het beroep op eerdere jurisprudentie en culturele aspecten werd verworpen, omdat die niet van toepassing waren op de feitelijke situatie van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens verbroken gezinsband en ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.11542

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Erik),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.D. Ancion).

Procesverloop

In het besluit van 13 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen.
In het besluit van 18 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De zitting was op 4 mei 2022. De gemachtigde van eiser en referent zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Aan de zijde van verweerder was ook mr. [A] aanwezig. Het beroep met zaaknummer NL21.11543 is gelijktijdig met dit beroep behandeld.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1988 en heeft de Iraanse nationaliteit. Hij wenst bij zijn vader in Nederland te verblijven.
2. Verweerder heeft in het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader is verbroken en geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen hen.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert, samengevat, aan dat de feitelijke gezinsrelatie nooit is verbroken. Eiser heeft nooit op zichzelf gewoond of in zijn eigen onderhoud voorzien en zijn vrouw is in 2014 overleden. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn ouders. Ten onrechte zijn niet alle omstandigheden in samenhang gewogen. Hij doet een beroep op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 24 juli 2017 [1] . Ook had gewicht moeten toekomen aan culturele aspecten. [2]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank overweegt dat uit het nareisbeleid zoals het gold ten tijde van de aanvraag volgt dat meerderjarige kinderen feitelijk tot het gezin van de aanvrager moeten behoren. Daarnaast moet sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen het meerderjarige kind en zijn ouder(s). [3]
Gezinsband
5. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet feitelijk tot het gezin van zijn vader behoorde. Daarbij is van belang dat eiser getrouwd is geweest en de zorg heeft over zijn kind. Daarmee heeft eiser zijn eigen gezin gesticht en is de gezinsband met zijn vader (en moeder) verbroken. Dat eisers echtgenote in 2014 is overleden, leidt niet tot een ander oordeel. Nu de gezinsband is verbroken kan deze niet meer worden hersteld. [4]
Meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
6. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zijn een aantal factoren van belang. Die factoren zijn de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen en de banden met het land van herkomst.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn vader. Eiser heeft lang met zijn ouders samengewoond, is financieel afhankelijk van zijn ouders en heeft een sterke emotionele band met zijn ouders. Deze omstandigheden maken echter nog niet dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Hoewel het aannemelijk is dat eiser ten tijde van het overlijden van zijn vrouw in 2014 psychische problemen had, is niet gebleken dat hij op dit moment medische of psychische problemen heeft. Verder is ook niet gebleken dat eiser exclusief afhankelijk is van zijn ouders. Dat verweerder aan deze laatste omstandigheid geen doorslaggevend gewicht mag toekennen, is juist, maar dat betekent niet dat verweerder het niet mag meewegen in het nadeel van eiser. Verder wonen de ouders van eiser sinds eind 2017 allebei in Nederland en heeft eiser zich sindsdien staande weten te houden in Griekenland. Alle omstandigheden in samenhang bezien, is niet gebleken dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn ouders. Het beroep op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, slaagt niet. In die zaak ging het om een vrouw op hoge leeftijd die niet zelfstandig kon wonen. Ook bleek uit stukken dat zij medische problemen had en was het aannemelijk dat er in Syrië niemand voor haar kon zorgen. Van dit soort omstandigheden is in deze zaak niet gebleken. Voor zover eiser betoogt onder verwijzing naar het arrest Senchishak dat verweerder culturele aspecten onvoldoende heeft meegewogen, volgt de rechtbank hem niet. In dat arrest leest de rechtbank niet dat verweerder rekening moet houden met culturele aspecten. Dat de dochter van eiser medische problemen heeft en zij in schrijnende omstandigheden leven, maakt dat niet anders. In deze zaak staat ter beoordeling of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidssituatie tussen eiser en zijn ouders. Daarvan is niet gebleken.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

2.Eiser verwijst naar het arrest Senchishak t. Finland van het Europees hof voor de Rechten van de Mens van 18 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD000504912.
3.Paragraaf C2/4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), geldig op 29 februari 2020, via:
4.B7/3.2.1 van de Vc.