ECLI:NL:RBDHA:2022:604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens schending hoorplicht
Eiseres, een Poolse gemeenschapsonderdaan, ontving een aanvullende uitkering uit de algemene middelen, waarna de staatssecretaris het rechtmatig verblijf van eiseres betwistte en haar uitzetting beoogde. De staatssecretaris stelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan, mede omdat zij onvoldoende middelen van bestaan zou hebben en onvoldoende bewijs leverde van financiële ondersteuning door haar dochter en schoonzoon.
Eiseres voerde aan dat zij sinds 2018 in Nederland verbleef en door haar dochter en schoonzoon werd onderhouden, en dat zij de uitkering op eigen verzoek had beëindigd. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende duidelijk had gecommuniceerd welke aanvullende informatie nodig was om het rechtmatig verblijf te beoordelen, waardoor eiseres niet adequaat kon reageren.
Daarnaast werd geoordeeld dat het bezwaar van eiseres ongegrond werd verklaard zonder haar te horen, wat een schending van de hoorplicht vormt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de actuele gegevens over het gezinsinkomen.
Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige communicatie en het naleven van de hoorplicht in bestuursrechtelijke procedures omtrent verblijfsrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende communicatie; verweerder moet een nieuw besluit nemen.