ECLI:NL:RBDHA:2022:6052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenlandbijdrage verschuldigd ondanks woonplaats in Ierland volgens Nederlandse Zorgverzekeringswet
Eiseres, woonachtig in Ierland en AOW-pensioenontvanger, betwist de heffing van een buitenlandbijdrage door het CAK over het jaar 2018. Zij stelt dat het Ierse recht prevaleert en dat zij reeds via een 'medical card' recht heeft op zorg in Ierland, waardoor dubbele heffing onterecht is.
De rechtbank oordeelt dat op grond van de Europese Verordening 883/2004 en de Nederlandse Zorgverzekeringswet (Zvw) de buitenlandbijdrage terecht is geheven. Het Ierse recht prevaleert niet omdat de conflictregels van de verordening van toepassing zijn en Ierland geen voorwaarden stelt aan het recht op verstrekkingen. Tevens is de bijdrage niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat Nederland verantwoordelijk blijft voor de zorgkosten van eiseres en dat zij de buitenlandbijdrage moet voldoen. Een verzoek om verwijzing naar de Administratieve Commissie wordt afgewezen omdat dit niet binnen de procedure valt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de heffing van de buitenlandbijdrage wordt ongegrond verklaard.