Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Togolese nationaliteit, ontving in 2002 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor Nederland, die later bleek te berusten op een misverstand. Hij verbleef zonder geldige verblijfstitel tot 2008 in Nederland en keerde toen terug naar Togo. In 2021 diende hij een verzoek in tot schadevergoeding voor diverse kosten gerelateerd aan zijn verblijf en terugkeer.
Verweerder wees het verzoek af op grond van verjaring volgens artikel 3:310 BW Pro, omdat eiser pas in 2021 het verzoek indiende terwijl hij al in 2003 bekend was met de schade. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd eveneens afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarbesluit een zelfstandig schadebesluit is waartegen beroep mogelijk is.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek te laat was ingediend, omdat de verjaringstermijn van vijf jaar was verstreken. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het schadeverzoek is ongegrond verklaard wegens verjaring.