Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, werd een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel berustte op het bestaan van een concreet aanknopingspunt voor overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betwistte de gronden waarop de maatregel berustte niet, maar voerde aan dat geen zicht op overdracht bestond omdat nog geen claimverzoek was ingediend. Verweerder stelde dat uit Eurodac-onderzoek treffers waren gevonden in Oostenrijk en Bulgarije, wat een concreet aanknopingspunt vormt.
De rechtbank overwoog dat de vraag naar overdracht beoordeeld dient te worden in een asiel- of overdrachtsprocedure, maar dat in deze bestuursrechtelijke procedure kan worden meegewogen of op voorhand vaststaat dat overdracht niet mogelijk is. De enkele omstandigheid dat nog geen claimverzoek is ingediend, sluit zicht op overdracht niet uit.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring op juiste gronden berust en dat er zicht op overdracht bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.