ECLI:NL:RBDHA:2022:6159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fusie woningcorporaties op grond van volkshuisvestelijke uitzonderingsbevoegdheid
De zaak betreft het beroep van Beter Wonen Gouda tegen het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Wonen om goedkeuring te verlenen aan de fusie tussen Stichting Mozaïek Wonen (MW) en Woningstichting Gouderak (WG). De minister maakte daarbij gebruik van de volkshuisvestelijke uitzonderingsbevoegdheid op grond van artikel 53, tweede lid, van de Woningwet, omdat WG niet langer naar redelijkheid kan bijdragen aan het volkshuisvestingsbeleid in de gemeente Krimpenerwaard.
Eiseres stelde dat WG financieel gezond is en dat alternatieven voor de fusie onvoldoende zijn onderzocht. Ook vreesde zij dat de belangen van de Goudse huurders onvoldoende meegewogen zijn en dat de lokale binding verloren gaat. Daarnaast werd vooringenomenheid van een ambtenaar aangevoerd. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende procesbelang heeft, maar dat het verzoek om de fusie terug te draaien buiten de reikwijdte van het geschil valt.
De rechtbank stelt vast dat WG tekortschiet in haar volkshuisvestelijke prestaties, zoals het niet uitvoeren van verduurzamingsplannen en het niet nakomen van prestatieafspraken. Ook is WG onder verscherpt toezicht geplaatst geweest en blijft de organisatie problematisch. De fusie-effectrapportage en de zienswijze van de gemeente bevestigen dat WG onvoldoende capaciteit en professionaliteit heeft.
De minister heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd dat het belang van de volkshuisvesting met de fusie beter wordt gediend dan met andere samenwerkingsvormen. De bezwaren over onevenredige benadeling van Goudse huurders en lokale binding worden niet gegrond verklaard. De vermeende vooringenomenheid van de ambtenaar is niet bewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Beter Wonen Gouda tegen de fusie wordt ongegrond verklaard.