ECLI:NL:RVS:2020:1830
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor zand- en grindwinning bij Beuningse Plas
Boskalis kreeg omgevingsvergunningen voor zand- en grindwinning en bijbehorende bouwwerken op de locatie Nieuwe Pieckelaan te Beuningen. Appellanten stelden beroep in tegen deze besluiten, onder meer vanwege vermeende milieueffectrapportageplicht, geluidsoverlast, verkeershinder en natuurbeschermingsaspecten.
De Raad van State oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn en hun beroepen ontvankelijk zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat geen m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht bestond voor de omgevingsvergunningen, omdat deze niet onder de relevante categorieën van het Besluit m.e.r. vallen en dat het college terecht geen actualisatie van het MER uit 2012 heeft verlangd.
Verder werd geoordeeld dat de geluidsonderzoeken adequaat zijn uitgevoerd volgens de geldende richtlijnen en dat de vergunningvoorschriften voldoende waarborgen bieden tegen overschrijding van geluidgrenswaarden. Verkeerskundige bezwaren werden verworpen op basis van onderzoek waaruit blijkt dat de extra verkeersbewegingen beperkt zijn. Ten aanzien van de Wet natuurbescherming werd geconcludeerd dat de afstand tot het Natura 2000-gebied en de projectlocatie te groot is voor verwevenheid met individuele belangen, zodat vernietiging op die gronden niet aan de orde is.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de vergunningen blijven ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunningen voor zand- en grindwinning worden ongegrond verklaard en de vergunningen blijven ongewijzigd van kracht.