ECLI:NL:RBDHA:2022:6303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging verblijfsdoel wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiser had een verblijfsvergunning als partner van zijn voormalige partner, die op 8 juni 2021 is geëindigd. Verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht in en wees het verzoek tot wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden af. De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf als slachtoffer van huiselijk geweld, omdat hij geen objectief bewijs heeft geleverd, zoals aangifte of medisch bewijs.
De rechtbank overweegt dat de door eiser overgelegde WhatsApp-berichten en verklaringen onvoldoende gewicht hebben. Ook het in beroep overgelegde bewijs van een politiemutatie dateert van na het bestreden besluit en verandert hieraan niets. Eisers eerdere asielvergunning is met terugwerkende kracht ingetrokken en kan niet worden betrokken bij de beoordeling.
De negatieve gevolgen voor eiser, zoals het verlies van woning en werk, zijn inherent aan het niet langer voldoen aan de verblijfsvoorwaarden en leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot intrekking van zijn verblijfsvergunning en afwijzing van wijziging verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard.