Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats buitenland], [streek] (Zwitserland), eiser
Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
26 augustus 2020 heeft verweerder het volgende aan GE KVG gevraagd, voor zover hier van belang:
1 oktober 2020 het volgende geantwoord, voor zover hier van belang:
31 augustus 2018. Zij legt hieronder uit waarom.
1 september 2018, met een afmeldformulier E108, vast dat de zorgkosten voor rekening van Zwitserland komen.
daarom(‘deshalb’) – dat de GE KVG dat met terugwerkende kracht zou hebben gedaan als het afsluiten van een Zwitserse zorgverzekering met terugwerkende kracht had kunnen plaatsvinden. De feiten die ten grondslag lagen aan de (verklaarde) verdragsrechtbeëindiging waren namelijk sinds eind 2011 onveranderd: eiser ontving zowel een Nederlands als een Zwitsers pensioen, woonde in Zwitserland en was volgens Zwitsers recht verplicht tot het afsluiten van een Zwitserse zorgverzekering. Verweerder betwist de conclusie van de GE KVG dat eiser niet verdragsgerechtigd is ook niet: na ontvangst van het afmeldformulier E108 heeft verweerder dit bevestigd aan eiser bij brief van 5 oktober 2020.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 192,- (4 x € 48,-) vergoedt.
mr. W. Goederee, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2022.