ECLI:NL:RBDHA:2022:6395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op asielaanvraag met toepassing 8+8-wekenmodel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, die op 10 juli 2021 is ingediend. De beslistermijn van zes maanden was verstreken zonder besluit, waarna eiser op 18 januari 2022 rechtsgeldig ingebreke heeft gesteld en op 7 februari 2022 beroep instelde. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is.
De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND is van toepassing, waardoor artikel 8:55d Awb buiten toepassing is verklaard en rechterlijke dwangsommen niet kunnen worden opgelegd. De rechtbank bepaalt de termijn voor het alsnog nemen van het besluit op zestien weken volgens het 8+8-wekenmodel, conform eerdere jurisprudentie.
Partijen verschillen van mening over het opleggen van een dwangsom, maar de rechtbank volgt het oordeel dat de Tijdelijke wet bindend is en dat een dwangsom niet kan worden verbonden aan deze uitspraak. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten van €379,50.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier A.S. Hamans, en is zonder zitting gewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.