De gemeente Den Haag betaalde per vergissing een reparatie-uitkering van €1.771,48 aan eiser, die reeds een Ziektewetuitkering ontving. Vervolgens vorderde de gemeente het bruto bedrag van €2.826,90 terug, inclusief loonheffing. Eiser stelde dat alleen het nettobedrag teruggevorderd mocht worden, omdat de fout bij de gemeente lag.
De rechtbank stelde vast dat eiser direct na ontvangst contact heeft gezocht om het bedrag terug te storten, maar dat dit niet mogelijk was zonder een terugvorderingsbeschikking. De gemeente beriep zich op haar discretionaire bevoegdheid om het bruto bedrag terug te vorderen, omdat de terugvordering in een volgend boekjaar plaatsvond.
De rechtbank oordeelde echter dat de gemeente niet redelijk gebruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid, gelet op het directe terugbetalingsinitiatief van eiser en de fout van de gemeente. Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtbank bepaalde dat alleen het nettobedrag van €1.771,48 teruggevorderd mag worden en dat de gemeente het door eiser betaalde griffierecht moet vergoeden.