ECLI:NL:RBDHA:2022:6404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Eiseres, werkzaam als orderpicker, kreeg een Ziektewetuitkering die per 12 januari 2021 werd beëindigd na een eerstejaars beoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. Na bezwaar en aanvullend onderzoek bevestigde het UWV de beëindiging omdat eiseres volgens de functionele mogelijkhedenlijst (FML) meer dan 65% van haar loon kan verdienen met geschikte functies.
Eiseres voerde aan dat haar longklachten, beperkte gezichtsvermogen en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de urenbeperking en vaste werktijden van de geduide functies ongeschikt zijn. Ook stelde zij dat het re-integratiebureau haar als niet bemiddelbaar had aangemerkt, wat niet was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat alleen medisch objectiveerbare beperkingen op de peildatum relevant zijn en dat eiseres onvoldoende objectieve medische informatie had aangeleverd om de beoordelingen te betwisten. De verzekeringsartsen hadden de klachten zorgvuldig onderzocht en de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd. Het bezwaar dat de nieuwe functies niet aan eiseres waren voorgelegd werd verworpen omdat deze gelijksoortig waren.
De rechtbank concludeerde dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.