ECLI:NL:RBDHA:2022:6407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid bevestigd
Eiseres, voormalig bloembollensorteerder, ontving een ZW-uitkering die per 25 januari 2021 door het UWV werd beëindigd op grond van geschiktheid voor maatgevende arbeid. Na bezwaar en een aanvullend medisch onderzoek bevestigde het UWV dit besluit. Eiseres voerde aan dat haar klachten, waaronder duizeligheid, flauwvallen en psychische problemen, onvoldoende waren meegewogen en dat zij bedlegerig en ADL-afhankelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en begrijpelijk hadden gerapporteerd en dat er geen aanwijzingen waren dat zij klachten onvoldoende hadden onderzocht. De klachten van duizeligheid en flauwvallen werden als functioneel beoordeeld en niet als reden voor arbeidsongeschiktheid voor de geduide functies, die vooral zittend en zonder verhoogd persoonlijk risico zijn.
Ook de psychische klachten werden niet als belemmerend voor arbeid aangemerkt, mede omdat eiseres deze niet op het spreekuur had genoemd en slechts kort onder behandeling was geweest. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet bedlegerig of ADL-afhankelijk is volgens de strenge criteria die daarvoor gelden.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een significante verslechtering van haar gezondheidstoestand sinds de eerdere beëindiging van de ZW-uitkering in februari 2020. Daarom was het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 25 januari 2021 terecht en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de beëindiging van de ZW-uitkering per 25 januari 2021 terecht was en verklaart het beroep ongegrond.