ECLI:NL:RBDHA:2022:6452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inburgeringsplicht en middelenvereiste
Eiseres, een Marokkaanse nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij haar echtgenoot. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan de inburgeringsplicht en het middelenvereiste. Eiseres voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder medische problemen en het onvermogen het examen af te leggen, haar ontheffing van de inburgeringsplicht rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de inburgeringsplicht en dat er geen sprake was van omstandigheden die ontheffing rechtvaardigen. De medische verklaringen toonden beperkingen in cognitieve vaardigheden, maar deze waren niet van dien aard dat van eiseres geen inspanningen verwacht mochten worden. Ook het middelenvereiste werd terecht toegepast, aangezien niet was gebleken dat de echtgenoot van eiseres vijf jaar vrijgesteld was van de sollicitatieplicht of volledig arbeidsongeschikt was.
Verder stelde eiseres dat verweerder haar of haar echtgenoot had moeten horen in bezwaar, maar de rechtbank vond dat verweerder terecht van het horen kon afzien omdat het duidelijk was dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de inburgeringsplicht en het middelenvereiste.