ECLI:NL:RBDHA:2022:6469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige politieke vervolging en kennelijk ongegrond verblijf
Eiseres, een Belarussische vrouw, vreesde vervolging vanwege haar vermeende politieke activiteiten, waaronder lidmaatschap van het Belarussische Volksfront en deelname aan demonstraties. Zij stelde dat zij door de autoriteiten werd tegengewerkt, gevolgd en dat haar echtgenoot onterecht werd vervolgd. Verweerder betwijfelde echter de geloofwaardigheid van haar verklaringen, onder meer omdat zij onvoldoende concrete bewijsstukken overlegd had en haar verhaal inconsistent was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk lid was van de partij en dat haar beweegredenen en de gevolgen van haar politieke activiteiten onvoldoende concreet waren. Ook haar reisbewegingen, waarbij zij meerdere keren legaal Belarus in- en uitreisde zonder eerder asiel aan te vragen, deden afbreuk aan haar vrees voor vervolging. Daarnaast was sprake van een onrechtmatige verblijfverlenging en te late melding voor internationale bescherming.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer had aangetoond en dat de situatie in Belarus, ondanks verslechteringen, niet voldeed aan de criteria van artikel 15c van de Definitierichtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.