Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
Procesverloop
4 november 2020 heeft het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank - voor zover deze ziet op de aanslagen riool- en afvalstoffenheffing - vernietigd en de zaak teruggewezen.
Overwegingen
Geschil9. In geschil is of verweerder de hoorplicht heeft geschonden en of is voldaan aan de stelplicht en bewijslastverdeling met betrekking tot de aanslagen riool- en afvalstoffenheffing.
e-mail meldt eiser expliciet geen afstand te doen van zijn hoorrecht. Verweerder heeft eiser niet op een later moment alsnog uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar in plaats daarvan uitspraak op bezwaar gedaan zonder eiser te hebben gehoord. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de enkele uitnodiging voor het hoorgesprek op vorengenoemde datum eiser onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord, waardoor verweerder de hoorplicht heeft geschonden. De stelling van verweerder dat eiser al meerdere malen informatie heeft ontvangen inzake de kostenramingen, doet aan het voorgaande niet af. Dat verweerder de door eiser gevraagde informatie (heeft) verstrekt, maakt immers niet dat eiser dan niet langer het recht heeft om te worden gehoord.
Beslissing
€ 500;
de uitspraak te ondertekenen.