ECLI:NL:RBDHA:2022:6581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Verweerder heeft op 26 april 2022 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Eiser stelt dat hij de Algerijnse nationaliteit bezit en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de verwijdering uit Nederland, mede omdat verweerder niet contact heeft opgenomen met de Algerijnse ambassade op basis van kopieën van documenten. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was om op basis van kopieën contact te zoeken met de ambassade en dat het terugkeertraject ten aanzien van Tunesië niet gestaakt hoefde te worden.
Daarnaast faalt het beroep dat het terugkeerbesluit moet worden aangepast omdat aan de maatregel van bewaring geen terugkeerbesluit ten grondslag ligt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.