ECLI:NL:RBDHA:2022:4560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring voor asielzoeker zonder zicht op uitzetting
Eiser, die aanvankelijk de Tunesische nationaliteit voerde maar later stelde de Algerijnse nationaliteit te hebben, is op 26 april 2022 overgenomen van Belgische autoriteiten en heeft opnieuw asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een maatregel van bewaring opgelegd.
Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig is omdat er geen concreet zicht op uitzetting naar Algerije bestaat. Verweerder betwistte dat eiser de Algerijnse nationaliteit heeft aangetoond en stelde dat zicht op uitzetting geen vereiste is voor de bewaring bij een lopende asielaanvraag.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat zicht op uitzetting geen voorwaarde is voor de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.