ECLI:NL:RBDHA:2022:6582

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
NL22.6584
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 aanvankelijk zes maanden bedroeg, maar door verweerder tijdig met negen maanden is verlengd. Hierdoor moest het besluit uiterlijk op 24 december 2022 worden genomen.

Eiser had echter op 30 maart 2022 een ingebrekestelling ingediend, die daarmee prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken.

De rechtbank concludeert dat niet is voldaan aan de vereisten voor het indienen van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt niet inhoudelijk op de overige beroepsgronden ingegaan. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.6584

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: D. Vos).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het voornemen geuit om uitspraak te doen zonder een zitting te houden. Verweerder heeft hierop instemmend gereageerd. Eiser heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn gereageerd. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
2. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiser heeft op 24 september 2021 zijn asielaanvraag ingediend. Aanvankelijk bedroeg de beslistermijn op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) zes maanden. Verweerder heeft echter op 22 maart 2022, en daarmee vóór het einde van de oorspronkelijke beslistermijn, de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vw. Hiertegen zijn geen gronden gericht. Dit brengt met zich dat verweerder uiterlijk op 24 december 2022 een besluit moet nemen op eisers asielaanvraag. De ingebrekestelling van 30 maart 2022 is aldus prematuur, zodat niet is voldaan aan de vereisten voor indiening van een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat aan bespreking van de overige beroepsgronden niet wordt toegekomen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.