Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Korpschef van politie, verweerder
:mr. F.A.M. Bot).
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam als generalist intelligence bij de politie, verzocht om toekenning van de Toelage Bezwarende Functie (TBF) met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010. Verweerder wees deze aanvraag af, omdat eiser geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen die een herbeoordeling rechtvaardigen. Eiser baseerde zijn aanvraag op een uitspraak van de hoogste ambtenarenrechter van 21 november 2019, waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van eiser gelijk is aan die in de uitspraak van 2019, maar dat eiser niet eerder bezwaar had gemaakt tegen het ontbreken van de TBF op zijn loonstrook. Hierdoor was eiser gehouden nieuwe feiten of omstandigheden te vermelden bij zijn aanvraag, wat niet is gebeurd. De uitspraak van de hoogste ambtenarenrechter vormt geen nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van de Awb.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro en dat er geen sprake is van rechtsverwerking of verjaring die de aanspraak van eiser zou kunnen doen vervallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen terugwerkende kracht te verlenen of kosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor de TBF wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.