ECLI:NL:RBDHA:2022:6633
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken objectief bewijs besteding geld
Verzoeker diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende financiële gegevens. Verzoeker stelde dat het geld uit de verkoop van zijn woning was besteed aan de huwelijken van zijn dochters en het terugbetalen van een schuld, ondersteund door schriftelijke verklaringen van zijn dochters.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende objectief en verifieerbaar bewijs vormen omdat de bedragen contant zijn overhandigd, waardoor niet vaststaat dat het geld daadwerkelijk is besteed zoals verklaard. Verzoekers beroep op een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid werd eveneens verworpen omdat daarvoor eerst objectief vastgesteld moet worden waar het geld aan is besteed.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en benadrukte dat de bezwaarprocedure nog loopt. Tevens werd verweerder opgedragen duidelijkheid te verschaffen over de termijn waarop verzoeker mogelijk in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief en verifieerbaar bewijs over de besteding van het geld.