Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres] , geboren op [geboortedag] 2004, V-nummer: [nummer] , dochter,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
ProcesverloopBij afzonderlijke besluiten van 18 maart 2022 (de bestreden besluiten), genomen in de algemene asielprocedure, heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft verweerder eisers opgedragen dat om zich onmiddellijk te begeven naar het grondgebied van Bulgarije.
deze rapportages geen blijk geven van een verslechterde of wezenlijk veranderde positie van statushouders in Bulgarije sinds de Afdeling zich daarover heeft uitgelaten in de uitspraak van 16 december 2021”.
Overwegingen
- In welke gevallen voorziet de Bulgaarse wetgeving in een bevoegdheid om een eerder toegekende subsidiaire beschermingsstatus in te trekken dan wel te beëindigen?
- Is het correct dat in 2020 een wettelijke bevoegdheid is vastgesteld om tot intrekking dan wel beëindiging van een internationale beschermingsstatus over te gaan indien een statushouder niet tijdig zorgdraagt voor het verlengen/vernieuwen van zijn door de Bulgaarse autoriteiten verstrekt identiteitsdocument en/of verblijfstitel?
- Vindt, indien een dergelijke bevoegdheid op grond van nationaal recht bestaat, in een procedure tot intrekking/beëindiging op deze grond enkel een feitelijke vaststelling plaats van de termijn die is verstreken na het verlopen van een identiteitsdocument en/of verblijfstitel of wordt tevens beoordeeld of gronden voor intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de vluchtelingenstatus zoals die zijn opgenomen in het Vluchtelingenverdrag en/of het Unierecht bestaan?
- Wordt in een dergelijke procedure uitgegaan van de eerder vastgestelde beschermingsbehoefte en op grond daarvan toegekende internationale beschermingsstatus?
- Indien op grond van nationale wetgeving tot intrekking of beëindiging van de internationale beschermingsstatus wordt overgegaan omdat een identiteitsdocument of verblijfstitel niet (tijdig) is verlengd en de verzoeker nog steeds internationale bescherming wenst, dient daartoe dan een nieuw verzoek om internationale bescherming te worden ingediend? Wordt een dergelijk verzoek beoordeeld als ware het een eerste verzoek of als opvolgend verzoek en dient de verzoeker in dat geval nieuwe feiten en omstandigheden aan te dragen om zijn verzoek om internationale bescherming te staven?
vanuit de Bulgaarse autoriteiten geen ondersteuning bij hun integratie krijgen (…)”. De rechtbank wijst in dit verband ook reeds nu op de informatie die beschikbaar is op de European Website on Integration (EWSI). Op deze website, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie, is bij de pagina “Governance of migrant integration in Bulgaria” onder meer het navolgende vermeld:
7. (…) De staatssecretaris heeft in hoger beroep een stuk van Caritas Bulgaria van mei 2019 genaamd "The Bulgarian migration paradox, migration and development in Bulgaria" en een stuk van de Council of Refugee Women in Bulgaria genaamd "2020 Annual report, humanitarian aid in times of pandemic" overgelegd.
(…)
de meeste statushouders, voor zover zij niet doorreizen, lukt om een zelfstandig bestaan op te bouwen in Bulgarije” zwaarwegend is voor de conclusie van de Afdeling en wellicht zelfs de dragende overweging voor de vernietiging van de rechtbank-uitspraak is. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door verweerder overgelegde en in rechtsoverweging 7 genoemde stukken, maar begrijpt vooralsnog deze conclusie niet. Verweerder heeft ten behoeve van de zitting die tot de uitspraak van de Afdeling van 16 december 2021 heeft geleid verwezen naar méér stukken dan de Afdeling expliciet heeft benoemd in de uitspraak. De rechtbank zal bij de einduitspraak nader ingaan de inhoud van die stukken en beoordelen welke conclusies op grond daarvan kunnen worden getrokken. De rechtbank overweegt, zoals voorgehouden en besproken ter zitting, dat ook de door verweerder in dat schrijven nader genoemde stukken weinig tot geen informatie bevatten over aantallen statushouders die het lukt om een zelfstandig bestaan op te bouwen. De rechtbank zal dit dan ook in de einduitspraak nader beoordelen in het juridische kader dat het Hof in het eerdergenoemde arrest Ibrahim uiteen heeft gezet.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier mede te delen of hij gebruik zal maken van de gelegenheid zich nader te vergewissen bij de Bulgaarse autoriteiten op de wijze zoals de rechtbank heeft bepaald en -tenminste- de vragen voor te leggen zoals door de rechtbank geformuleerd;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier zich nader te vergewissen bij de Bulgaarse autoriteiten op de wijze zoals de rechtbank heeft bepaald en -tenminste- de vragen zoals geformuleerd door de rechtbank aan de autoriteiten van Bulgarije te doen toekomen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.