ECLI:NL:RBDHA:2022:6777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag curator in faillissement wegens ontbreken zwaarwegende gronden
Gefailleerde is sinds 21 augustus 2018 in staat van faillissement verklaard, waarbij mr. B.F. van Noort als curator is aangesteld. Gefailleerde verzocht op grond van artikel 73 Faillissementswet Pro om ontslag van de curator en aanstelling van een andere curator, stellende dat de curator onder meer het pandencomplex onder de marktwaarde heeft verkocht, onvoldoende communiceert, vorderingen op voormalig advocaten niet erkent en te hoge salariskosten in rekening brengt.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd, waaronder correspondentie en producties, en de mondelinge behandeling op 21 juni 2022 gehouden. De rechter-commissaris adviseerde afwijzing van het verzoek. De rechtbank overweegt dat artikel 73 Fw Pro een discretionaire bevoegdheid geeft waarbij zwaarwegende omstandigheden vereist zijn vanwege de kosten van curatorwisseling.
De verkoop van het pandencomplex is zorgvuldig voorbereid met taxatie en makelaarsadvies en goedgekeurd door de rechter-commissaris. De stelling dat de verkoopprijs onder de marktwaarde ligt is niet onderbouwd. De afwikkeling van de nalatenschap is nog in onderhandeling en niet onomkeerbaar. Communicatie tussen curator en gefailleerde is voldoende gebleken uit de correspondentie. Vorderingen op voormalig advocaten kunnen via artikel 69 Fw Pro worden behandeld en vormen geen grond voor ontslag. Salariskosten zijn door de rechtbank getoetst en redelijk bevonden.
De rechtbank concludeert dat geen zwaarwegende gronden bestaan die het ontslag van de curator rechtvaardigen en wijst het verzoek af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2022 en staat niet open voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de curator wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende gronden.