ECLI:NL:RBDHA:2022:707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 13 december 2021 waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
Op 14 januari 2022 vond de mondelinge behandeling plaats te Middelburg, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door gemachtigden. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak (NL21.19436) en heeft direct na de zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.19463). Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.