Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], verzoeker, V-nummer [v-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door verweerder bij besluit van 20 april 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting uit Nederland te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
Verweerder constateerde een gebrek in het bestreden besluit met betrekking tot de afvalligheid, mede naar aanleiding van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verweerder gaf aan het besluit te willen herstellen en verzocht de behandeling van het beroep aan te houden om nader onderzoek te kunnen doen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep de werking van het besluit niet opschort en verweerder niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit zelf op te schorten. Verweerder verzette zich niet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot het moment van intrekking van het beroep of uitspraak door de rechtbank.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €759,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot uitspraak op het beroep.