ECLI:NL:RVS:2022:93
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling uit Iran wint hoger beroep wegens onvoldoende onderzoek atheïsme en risico’s terugkeer
De vreemdeling uit Iran had een asielaanvraag ingediend op grond van afvalligheid van de islam en het zijn van atheïst. De staatssecretaris achtte zijn staking geloofwaardig, maar niet dat hij atheïst was of dat er een inval in zijn woning had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat atheïsme als asielmotief onder het Vluchtelingenverdrag en de Kwalificatierichtlijn valt en dat het onderscheid tussen afvalligheid en atheïsme essentieel is voor de geloofwaardigheidsbeoordeling. De staatssecretaris heeft dit onderscheid onvoldoende gemaakt en zijn onderzoek en motivering zijn niet zorgvuldig en onvoldoende transparant.
Daarnaast heeft de staatssecretaris de risico’s die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran niet adequaat onderzocht, terwijl afvalligheid strafbaar is en de vreemdeling geloofwaardig heeft gemaakt dat hij afvallig is. De uitspraak vernietigt het besluit en het vonnis van de rechtbank en beveelt een nieuw besluit met een adequaat onderzoek en motivering. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.