ECLI:NL:RBDHA:2022:7424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling verblijfsvergunningaanvragen Nigeriaanse ouders met tweeling in het kader van Dublinverordening
Eisers, een Nigeriaanse vrouw en man, dienden asielaanvragen in Nederland in nadat zij elkaar in Italië hadden leren kennen en samen een tweeling kregen. De staatssecretaris stelde de aanvragen buiten behandeling omdat Duitsland respectievelijk Italië verantwoordelijk zouden zijn volgens de Dublinverordening.
Na een DNA-onderzoek dat bevestigde dat eiser de vader is van de tweeling, voerde de staatssecretaris aan dat ondanks de gezinsband geen discretionaire bevoegdheid bestond om de aanvragen zelf te behandelen. Eisers betwistten dit en stelden dat het van onevenredige hardheid getuigt hen te scheiden, vooral gezien het belang van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met het belang van de kinderen, met name de zorg die beide ouders bieden. De besluiten waren onvoldoende gemotiveerd en werden vernietigd. De staatssecretaris moet binnen zes weken opnieuw beslissen met inachtneming van artikel 6 van Pro de Dublinverordening en het belang van de kinderen.
Daarnaast werden de proceskosten van €1.897,50 aan eisers toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van het belang van de kinderen.