ECLI:NL:RBDHA:2022:7641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenverplichting
Eiser heeft een aanvraag om een bijstandsuitkering ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Westland is afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van recht op bijstand. Na eerdere procedure waarin de rechtbank het bezwaar gegrond verklaarde, heeft verweerder een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank stelt vast dat het urencriterium niet langer ter discussie staat omdat de aanvraag nu op basis van de Participatiewet is beoordeeld.
De kern van het geschil betreft de niet-verschafte bankafschriften van een buitenlandse bankrekening en onduidelijkheden over werkzaamheden en aandelen in een onderneming in Ghana. Eiser kon de gevraagde documenten niet overleggen vanwege omstandigheden in Ghana en de Covid-19 situatie. Hoewel eiser later een verklaring van de bank over de sluiting van zijn rekening heeft overgelegd, ontbreekt deze in het dossier en is er geen finale duidelijkheid verschaft over de onderneming en werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn inlichtingenverplichting niet is nagekomen, waardoor verweerder niet kon vaststellen of eiser recht had op bijstand. Dit rechtvaardigt de afwijzing van de aanvraag. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting.