ECLI:NL:RBDHA:2022:781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid boeterente lening eigen woning tussen aandeelhouder en vennootschap
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, had een lening van zijn vennootschap voor de financiering van zijn eigen woning. In 2016 loste hij een deel van deze lening af, waarbij boeterente werd berekend. In 2017 werd een nieuwe lening aangegaan onder vergelijkbare voorwaarden.
Eiser stelde dat de betaalde boeterente in aftrek moest worden genomen bij de aanslag inkomstenbelasting 2016. De Belastingdienst liet deze boeterente buiten aftrek, wat door eiser werd bestreden. De rechtbank oordeelde dat de boeterente terecht buiten aftrek bleef, omdat eiser als aandeelhouder en bestuurder zelfstandig de voorwaarden kon bepalen en er feitelijk geen sprake was van aflossing van een schuld, maar van een interne herschikking.
De rechtbank stelde vast dat het verschil in rentepercentages tussen de oude en nieuwe lening niet relevant was, omdat aanpassing van rente en looptijd mogelijk was. De aanslag werd daarom als juist vastgesteld en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de boeterente niet in aftrek komt bij de inkomstenbelasting 2016.